plaatje

Grenzen aangeven? Eerst jezelf voelen!

Als het gaat om grenzen aangeven merk ik keer op keer bij mijn cliënten dat dat nog niet zo makkelijk is. Niet alleen het aangeven van de grens, ook het duiden waar de grens voor iemand zit is lastig. Soms is het in eerste instantie helemaal niet duidelijk dat er een grens gepasseerd is. Dan zit ik met iemand in mijn praktijkruimte te ontrafelen waarom iemand zo boos is, zo gefrustreerd is, of zo afgestompt is geraakt.

Met regelmaat komen we er samen achter dat iemand eerst een tijdlang flink over zijn (of haar) grenzen heeft laten gaan. Niet doorhad dat er een grens was bereikt. Of dat misschien wel enigzins doorhad, maar niet serieus heeft genomen. Of misschien wel dacht: “hier moet ik eigenlijk iets mee”, maar besloot (met een al dan niet legitieme reden) om dat maar uit te stellen. Tot het moment dat het teveel is.

Dus voordat je kunt leren hoe je een grens aangeeft moet je eerst leren om jezelf te voelen. Om contact met jezelf hebben op zo’n manier dat je iets kunt met de signalen die je krijgt.

David Whyte schreef een mooi gedicht over deze paradox: Start close in. Als je op de titel klikt krijg je Mr. Whyte himself te horen terwijl hij met zijn prachtige stem dit gedicht voorleest. Doen! Waar het gedicht voor mij over gaat is dat we zo vaak bezig zijn met de volgende stap, terwijl we terugdeinzen voor de eerste stap die zo pal voor ons ligt, maar die we eigenlijk niet willen of kunnen zetten.

In dit geval: Als jij bij mij met een afgestompt lusteloos gevoel binnenkomt en weer levenslust terug wilt krijgen, dan is de verleiding voor mij groot om daarin mee te gaan en allerlei energieopwekkende dingen te gaan doen met je. Maar dat is niet die eerste stap. Die eerste stap is teruggaan naar hoe je je levenslust bent kwijtgeraakt. En vaak komen we dan uit bij materie waar je eigenlijk niet mee aan de slag wou…. (die eerste stap, close in)

 

Belangrijk om je grens op tijd aan te geven!

Één van de mogelijkheden als je te lang wacht met je grens aangeven is dat je ontploft als het teveel is geworden. Er is een prachtige therapeutenterm voor dit moment dat je vanuit een ‘teveel’ alsnog je grens gaat aangeven. “Je zegelboekje incasseren”. Alsof je al die momenten daarvoor (onbewust) een zegeltje in je boekje hebt geplakt toen je je grens niet aangaf. En dan komt het laatste incident, precies op het moment dat je zegelboekje vol is. En dan incasseer je die op dat moment, bij die persoon, alsof dat incident alle schuld heeft van het hele volle zegelboekje. Bam! Dan moet natuurlijk met een flinke woede-uitbarsting.

 

Maar waarom is het zo moeilijk om een grens aan te geven?

Daarvoor moeten we eerst naar de basis. Mensen hebben een natuurlijke behoefte aan contact. Als mensen geen contact met anderen hebben, dan sterven ze af. Voor een pasgeboren baby is het een zaak van leven of dood om contact met de ouders te houden. Ken je dat experiment met moeder en kind, waarbij de moeder opeens uit contact gaat? Het kind probeert op allerlei manieren het contact te herstellen, tot het moment dat moeder weer in contact gaat. Heftig he?

Om dat contact met je ouders te houden verzin je met je onvolgroeide babybreintje manieren om dat voor elkaar te krijgen. “Moet ik goed luisteren? Moet ik lachen? Moet ik juist stil zijn? Moet ik behulpzaam zijn? Moet ik zelfstandig spelen en mamma niet teveel storen? Moet ik vooral hard huilen om contact te leggen?

 

Kwetsbaarheid is hier een sleutelwoord

We kennen allemaal momenten dat we ons in het contact kwetsbaar voelen. Als baby hebben we dat gevoeld en die kwetsbaarheid komen we in het hier en nu als volwassenen nog steeds tegen. Kwetsbaarheid is ook nodig om contact te maken. Erachter zit het verlangen naar willen voelen dat iemand anders je helemaal accepteert, met al je goede en slechte kanten. Het net genoemde experiment toont glashelder aan hoe kwetsbaar we waren. Als kind doe je hier dus ervaring mee op: Je leert hoe je gekwetst kunt worden. Je leert ook dat aan jouw verlangen naar helemaal geaccepteerd worden zoals je bent niet tegemoet gekomen wordt. Sommige eigenschappen van je zijn gewenst, maar als je andere eigenschappen laat zien krijg je geen fijne reactie.

Omdat dit pijnlijk is, kun je net gaan doen alsof je onkwetsbaar bent. Dat doe je uit de angst om gekwetst te worden. Maar ook kwetsbaarheid kan je opmerkzaam maken op de angst om gekwetst te worden. Het ligt dicht bij elkaar. “Waar kwetsbaarheid te maken heeft met de behoefte dat de ander ons geen schade zal berokkenen, heeft onkwetsbaarheid te maken met een vervorming daarvan; de behoefte het vertrouwen te ervaren dat de ander ons geen schade kan berokkenen” (Hoe raak ik je aan? Veenbaas en Weisfelt, 1990)

 

Hoe zorg je dat je niet meer voelt?

Dé manier om de angst om gekwetst te worden niet te voelen is jezelf isoleren. Daarvoor zijn twee routes:

  1. Je isoleert je van jezelf: Je maakt jezelf onkwetsbaar door niet meer (goed) te voelen. Als je bang bent voel je bijvoorbeeld je eigen angst niet. Je vervangt dan de angst door iets anders, wat makkelijker te dragen is. Bijvoorbeeld: Je glimlacht en zegt ‘ja’, terwijl je eigenlijk ‘nee’ moet zeggen. Want ‘nee’ zeggen is lastig, dan raak je de ander misschien kwijt of hij/zij vindt je dan niet meer aardig.
  2. Je isoleert je van anderen. Bijvoorbeeld: Op een verjaardagsfeestje ga je kletsen met de kinderen, vieze kopjes en taartschoteltjes opruimen, een gesprekje dat kan leiden tot contact kap je af. Er zijn ook andere manieren om te vermijden dat je kwetsbare kant zichtbaar wordt. Voor de volgende 8 zijn de namen van dieren gebruikt wiens gedrag daarop lijkt. Herken je er één of twee?
  • Struisvogel: Je trekt je terug uit de dagelijkse werkelijkheid, kruipt in je bed, blijft thuis. Je vermijdt het contact volledig.
  • Kameleon: Je bent het voortdurend met de ander eens: en vervloeit zo met de ander dat je niet meer weet wat je zelf wil/vindt.
  • Duif: je stelt je als de zwakste op en nodigt hiermee uit dat mensen je op dat zwakke punt pikken. Je lijkt hiermee kwetsbaar, maar je zorgt er wel voor dat mensen je niet pikken op je eigenlijke kwetsbare plek.
  • Oester: je maakt je onaanraakbaar door je te verschuilen achter rationaliteit, zakelijkheid, nuchterheid.
  • Stekelvarken: je stelt je voortdurend kwaad en/of agressief op. Je creëert isolement door anderen van je af te laten keren.
  • Haas: je vlucht voor de dagelijkse werkelijkheid: alle vragen en problemen die naar kwetsbaarheid kunnen leiden worden ontweken: ”Dat vond ik echt vervelend dat dat gebeurde”. Reactie: “Fijn dat het vandaar zulk mooi weer is he? Wat hebben we het gezellig nu”.
  • Kievit: Je toont voortdurend belangstelling voor de ander. Daarmee zorg je dat de aandacht vooral niet op jou gevestigd wordt.
  • Brulaap: je maakt veel lawaai; met grote verhalen, veel lachen en stoere praat hou je de nabijheid af.

 

En zoals altijd zit 80% van de oplossing al in het bewust worden van dat je dit doet en waarom je dit doet. Dan ontstaat er keuzeruimte om het anders te doen.

 

Welke rol spelen gevoelens in het contact?

Naast het beseft dat kwetsbaarheid en de angst om gekwetst te worden een rol speelt, is er nog een onderdeel dat meedoet. Dit zijn je gevoelens. Gevoelens vervullen een belangrijke functie in het contact. Elk gevoel wijst naar een andere behoefte in het contact. De meest relevante voor nu is Boosheid.

 

Boosheid

Boosheid is het gevoel dat ons duidelijk maakt wanneer in het contact tussen jou en de ander een grens overschreden wordt. Boosheid geeft ook de energie om op dat moment te handelen. Er is een groot verschil tussen boosheid en de escalatie hiervan. Boosheid is dus geen agressie of een woede-uitbarsting. Als je niet goed hebt leren omgaan met boosheid (je werd gecorrigeerd als je boos werd, je kreeg alleen een reactie als je aardig deed, je zag dat het slecht afliep met mensen die boos waren), dan heb je een grote kans dat je je boosheid nu niet zo helder kunt inzetten. Het zou zomaar kunnen dat je dan pas de escalatie van je boosheid kunt uiten: een uitval van woede, razernij, uitbarsten.

In tegenstelling tot boosheid, dat je eigen grens aangeeft en beschermt, is een uitval van woede niet meer een bescherming van je eigen grens, maar een beschadiging van de grens van de ander. Weisfelt en Veenbaas zeggen: “Slecht omgaan met grenzen wil dus zeggen slecht omgaan met boosheid”.

Wat er kan gebeuren als je niet goed hebt leren omgaan met je eigen gezonde boosheid is het volgende:

  • Je kunt je boosheid wegstoppen: Je schermt jezelf af voor je boosheid af. Omdat dit je veel energie kost raak je doodop. Daarnaast zorgt het niet erkennen van je boosheid dat je zwaardere/depressieve gevoelens krijgt.
  • Je kunt je boosheid opsparen. Dan plak je zegeltjes. Tot het boekje vol is en het hele boekje in één keer wordt geïncasseerd.
  • Je richt je boosheid niet op degene die je grens beschadigde, maar op jezelf, of op iemand op wie je het makkelijker vindt om boos te worden. Dat kan bijvoorbeeld een huisdier zijn of een collega in plaats van je partner.

Herken je hier iets van? Realiseer je je in ieder geval dat je uitbarsting niet ok was en de ander beschadigde. Realiseer je ook dat je veel en veel eerder je eigen gezonde boosheid hebt genegeerd of niet geuit. Ga die eerdere momenten herkennen en serieus nemen!

In het contact met anderen kun je ook de drie andere primaire gevoelens voelen. Deze hebben hun eigen betekenis:

Angst:

Angst in een pure gezonde vorm is het gevoel dat je energie levert om te handelen op het moment dat je bedreigd wordt door een gevaar. Vaak werkt het echter niet zo en werkt angst eerder blokkerend. In het contact met anderen zijn er twee vormen van angst; Je kunt angst voelen bij het idee dat je in de steek gelaten wordt. En je kunt angst voelen bij het idee dat je niet jezelf mag zijn met deze ander, dat je opgaat in de ander, dat er voor jou geen ruimte is.

 

Verdriet:

Verdriet is het gevoel dat hoort bij de behoefte aan steun van anderen. Meestal wijst het naar je behoefte aan nabijheid, aan aandacht. Soms ook kan het juist fijn zijn even alleen gelaten te worden met je verdriet. Verdriet kun je ook voelen bij een afscheid. Sommige mensen hebben in hun geschiedenis geleerd verdriet in te zetten om ergens aandacht voor te krijgen, anderen hebben geleerd dat verdriet niet mag of zwak en onjuist is. Dan is het lastig om verdriet te voelen en is het makkelijker een ander gevoel te voelen.

 

Blijheid:

Blijheid in een pure vorm zorgt dat je je levenslust voelt. In het contact kun je dan van en met elkaar genieten. Een vervorming hiervan vind je als je je blij voelt als het slecht gaat met de ander (Ha! Wij hebben gewonnen, jullie lekker niet!). Een andere mogelijkheid is dat je geleerd hebt dat je je blijheid niet mag laten zien. Mocht jij blij zijn als je broertje of zusje ziek was?

Lichamelijke gevoelens:

En last, but not least: Je lichamelijke gevoelens. Je kunt aan het contact met je lichamelijke gevoelens afleiden of je honger of dorst hebt, of je het warm of koud hebt.

Contact met het gevoel dat zich in je lijf afspeelt is ook nodig om grenzen waar te nemen. Een hele mooie oefening die ik wel eens inzet is om tegenover elkaar te staan in de ruimte.

Vervolgens is het eerst zaak om te voelen hoe het nu is. En dan mag de coachee aangeven wanneer en hoeveel ik dichterbij mag komen. Belangrijk is om te vertragen, als je deze oefening langzaam doet dan geeft hij heel precies inzicht in welke afstand tussen de cliënt en mijzelf precies klopt. Omdat ik mezelf als instrument gebruik voel ik ook welke afstand voor mij klopt. Op de een of andere wonderbaarlijke manier is dat meestal precies de afstand die de coachee ook aangeeft. Nog wonderlijker is dat na twee keer oefenen de meeste coachees ook met hun ogen dicht kunnen aanvoelen hoe dichtbij ik ben gekomen en weer op dezelfde ideale afstand uitkomen. De oefening geeft heel helder inzicht in hoe je fysieke signalen en je intuïtie kunt inzetten om je grens te voelen.

Maar al te vaak kom ik tegen dat mensen het gewaarzijn van hun lichamelijke gevoelens nog niet zo makkelijk vinden. Laat staan het herkennen van waar die lichamelijke gevoelens nu naar wijzen. Veel mensen, inclusief mijzelf, hebben geleerd om deze signalen te ontkennen. De redenen daarvoor zijn hierboven al genoemd. De kwetsbaarheid in het contact met je ouders en opvoeders heeft je geleid tot allerlei aanpassingen. Ergens diep van binnen is het ‘weten wat klopt’ echter gewoon nog aanwezig, dus dit valt opnieuw aan te leren. Bijvoorbeeld in die oefening die ik net beschrijf.

Als je dan weer een soort nulpunt hebt leren kennen en weet wat ‘normaal’ is voor jou, kun je van daaruit ook weer leren waar de grens in het contact ligt. En vervolgens kiezen wanneer en hoe je die grens aangeeft.

Als je hier nu mee verder wil is de eerste stap om te gaan leren herkennen wat je tot nu toe hebt genegeerd/ontkend. De volgende stap is uitzoeken wat hieraan ten grondslag ligt. Wat is de kwetsbaarheid die je wilt ontwijken. De stap daarna is om te bedenken hoe je het anders wil en dit rustig aan te gaan oefenen. Omdat het over kwetsbaarheid gaat is het raadzaam dit te oefenen op plekken waar je niet onmiddellijk in je oude overtuiging/gedrag valt als het een keertje niet lukt. Zelfcompassie is het uitgangspunt: “Ik ben een mens met bagage, ik mag het anders doen, als het een keertje niet lukt is er niks aan de hand”, of zoiets.

 

Laat je me weten wat je eraan had?

Voor dit blog heb ik naast andere literatuur dankbaar gebruik gemaakt van ‘Hoe raak ik je aan?’ van Piet Weisfelt en Wibe Veenbaas en van Passepartout, van Wibe Veenbaas, Morten Hjort, Mirjam Broekhuizen en Mirjan Dirkx

Kan ik iets voor je doen?

Wil je even overleggen wat coaching voor jou zou kunnen betekenen?
Laat je gegevens even achter, dan neem ik contact met je op, vrijblijvend.
No strings attached.

 

7 + 5 =

Privacy: ik gebruik je gegevens alleen om éénmalig contact met je te maken naar aanleiding van je verzoek. 

e-book cover

Wil je leren vertrouwen op je eigen keuzes?

Meer Jezelf zijn betekent: makkelijker kiezen, meer (zelf)vertrouwen, minder zelfkritiek, meer focus, meer ontspanning, minder stress!

Wil je mijn e-book met de 5 belangrijkste ingrediënten die je praktisch zullen helpen?

Je hebt je met succes ingeschreven!