plaatje

De balans tussen geven en nemen

Heb je ooit nagedacht of je meer een gever of een ontvanger bent?

Kijk maar eens wat je moeiteloos afgaat: luisteren naar het verhaal van een ander of zelf iets vertellen? Zie je in een groep onmiddellijk wiens koffiekopje leeg is en kun je je nauwelijks bedwingen om even nieuwe koffie te zetten? Of valt het je niet op dat koffie op is? Bied je makkelijk aan om even te helpen, ook als je zelf moe bent? En, als iemand jou hulp aanbiedt, zeg je dan ‘nee joh, dat is niet nodig, ga jij maar lekker zitten!’.

Allemaal voorbeelden die gaan over de balans tussen geven en nemen.

 

Geven en nemen zijn polariteiten.

In het vorige blog schreef ik al over polariteiten. En vaak vinden we de ene kant van de polariteit makkelijker dan de andere.

Eén van de belangrijkste wetten binnen systemisch werk (het werken met het uitgangspunt dat je altijd onderdeel bent van een systeem en dat we onbewust ‘wetten’ volgen die bij ons systeem horen) is dat de balans tussen geven en nemen cruciaal is. Als je niet goed in staat bent te ontvangen (of juist niet goed in staat bent te geven), dan heeft dit vaak te maken met je geschiedenis. Je bent dan loyaal aan hoe je het geleerd hebt en hoe het op jouw plek in jouw systeem hoorde. En deze disbalans heeft vervolgens weer zijn invloed op de relaties die je in het hier en nu hebt. En daar kun je dan weer last van hebben. Omdat het oude patroon niet meer klopt bij de huidige situatie

Ik heb lang onbewust te makkelijk gegeven. En ik vond het lastig om te ontvangen. Ik had, op het kantoor waar ik tussen collega’s werkte, ook altijd een scherp oor voor wie er moeite had met computerinstellingen of problemen met Word. Een zucht en een hardopgestelde vraag ‘Huh, hij doe het weer niet!?‘ waren genoeg om mij van mijn stoel te laten opveren, naar de collega toe te lopen en te vragen of ik kon helpen. Die hulp werd vaak enthousiast aanvaard en vervolgens had ik ook een fijn gevoel dat ik even iets kon doen voor een ander. Daaronder zat de behoefte bij mij om verbinding met iemand te voelen en dit dan een makkelijkere manier vinden dan even iemand uitnodigen voor een koffiepauze. Geven werd dan een manier om even te voelen dat ik erbij hoorde, er mocht zijn, ‘ok ben’ in de ogen van de ander. Niet bewust natuurlijk, maar vanuit een oud patroon.

Aan de andere kant vroeg ik zelf nauwelijks om hulp. En als iemand hulp aanbood, liet weten dat ik het zelf wel kon. Ook weer vanuit een patroon. Hier hoorde de overtuiging bij dat ‘ik zelfstandig moet zijn, ik anderen niet moet lastig vallen, etc’. Een duidelijke disbalans.

Achter een disbalans zit vaak een patroon en een overtuiging. En zo’n diepe overtuiging die je als kind in jouw systeem hebt opgedaan is altijd iets van ‘Ik ben pas ok als ik …….’ (In mijn geval ‘iets goed doe voor een ander’/’mijn eigen problemen oplos’/etc)

 

Meer balans tussen geven en nemen is belangrijk

Meer balans opbouwen tussen geven en nemen is belangrijk. Blijven geven vanuit een patroon of overtuiging is niet ‘echt’, Je hebt het gevoel niet anders te kunnen. Blijven zitten terwijl iemand zijn mailinstellingen niet goed krijgt maakte me voor mijn gevoel bijna een slecht mens. Dus je geeft om een bepaald gevoel te krijgen of te voorkomen. En dat kost energie, want er zit geen vrijheid in.

De andere kant is, dat je door vanuit je patroon te blijven geven, de ander ook iets ontneemt. Dat kan ik bij mijn kinderen merken. Als ik ze teveel uit handen neem (wat een gever kan doen), dan groeien zij niet op tot zelfstandige grotere kinderen die zelf ook weer kunnen geven én ontvangen, maar dan leer ik hen vooral te ontvangen. Hoe zonde is dat?

 

Dus, werk aan de winkel!

Een paar tips voor een gever:

  • Blijf eens net wat langer zitten als je merkt dat je uit eigen beweging iets wilt doen (je hebt nog geen vraag gehoord). Hoe is dat? Veranderen begint met bewustworden van je patroon en vervolgens verdragen van het ongemak dat er hoort bij er niet meteen instappen.
  • Als iemand je hulp vraagt: Zeg eens ‘nee’ (dit kan een te grote stap zijn). Of zeg: “ja, ik kom je zo helpen, ik geniet nog een paar minuten van mijn kopje koffie, maar dan kom ik naar je toe). En kijk hoe dat die paar minuten is. Kun je genieten terwijl iemand ‘op je wacht?’.
  • Let op je lijf. Wat gebeurt er met je ademhaling als je ziet dat iemand je hulp ‘nodig heeft’?  Zijn er spieren die zich alvast aanspannen. Hoe ontspannen is je gezicht? Waar is je blik op gericht.
  • Oefen de fysieke houding die bij geven én bij ontvangen hoort. Mark Walsh heeft hier een mooie video over. Het mooie hiervan is dat deze houding echt het bijpassende gevoel oproept (en het ongemak als je de voor jou ongemakkelijke kant oefent). Later kun je dan dezelfde houding in het klein gebruiken als je een situatie tegenkomt.

Tips voor de makkelijke ontvanger….

  • Oefen de fysieke houding die bij geven én bij ontvangen hoort. Mark Walsh heeft hier een mooie video over. Het mooie hiervan is dat deze houding echt het bijpassende gevoel oproept (en het ongemak als je de voor jou ongemakkelijke kant oefent). Later kun je dan dezelfde houding in het klein gebruiken als je een situatie tegenkomt.
  • Als iemand vraagt wie er wil helpen, zeg eens ‘Ja’, ook als komt het niet perfect uit voor je eigen plannen.
  • Oefen met geven. Leef je in in wat iemand die verwend wil worden van jou zou willen hebben. Vraag aan je collega’s wie er ook koffie wil, hou de deur open voor iemand die hem natuurlijk ook best zelf kan openhouden.

Succes!

 

Laat hieronder even weten wat je eraan had!