plaatje

Welke betekenis hebben mijn emoties?

Gekke vraag eigenlijk he? Als ik blij ben, dan vraag ik me dat niet af wat nou de betekenis is van deze emotie. Ik ben gewoon blij. En als ik boos op iemand ben, dan wil ik dat hij weggaat of sorry zegt. Als ik verdrietig ben, dan heb ik verdriet. Moeten we daar meer van maken?

Nou ja, soms wel.  Ik ben als coach vooral geïnteresseerd in relaties tussen mensen. En heel vaak voel je een bepaalde emotie in het contact met de ander. Maar wat gebeurde er nét daarvoor? En waarom die emotie? En waarom wordt het soms dan zo vaag tussen mij en de ander?

Bij mij thuis bijvoorbeeld. Mijn zoontje kan enorm genieten van na een schooldag nog even Roblox spelen op de tablet. Mijn dochter is op dat moment lekker op zichzelf op haar kamer. En ik? Voor mij start het ‘zoveelste verplichte onderdeel van de dag’: Er moet eten gekookt. Daar komt bij dat ik die dag de keukentafel als werkplek had gebruikt, dus die ligt vol met papier, laptop, boeken, etc. Ook dat moet nog opgeruimd, dat had ik beter wat eerder kunnen doen..

Ik begin liefdevol, maar wel vlot en voortvarend het avondeten voor te bereiden. Natuurlijk gun ik mijn kinderen hun me-time en ik vind het ook wel rustig even alleen in de keuken. Maar ik negeer wel mijn gevoel van dat ik ook wel behoefte heb aan me-time en even niets hoeven. Mmmm, misschien ben ik wel wat jaloers op ze….

Als ze vervolgens niet direct reageren op mijn vraag wie van de twee even de tafel komt dekken, kan het zomaar ineens gebeuren: Ik wordt boos, ik val uit. ‘Ik moet ook altijd alles alleen doen hier, het is hier geen hotel!‘ Mijn uitval komt uit het niets! Of liever gezegd; het lijkt of het uit het niets komt, het zaadje is echter al gepland toen ik mijn behoefte aan me-time negeerde en hen liefdevol wel me-time ging geven.

 

Emoties en behoeften

Als ik tijdens het koken wat meer verbinding had gehad met mijn eigen behoefte, dan had ik daarvoor kunnen zorgen. Ik had kunnen kiezen om even een kop thee te drinken, even te appen met een goede vriend, of iets anders voor mezelf te doen. Het koken tien minuten uit te stellen. Daarnaast is het interessant om te kijken waarom ik nou zo boos werd? Ik ging mijn kinderen verwijten dat ik altijd alles alleen moet doen, maar wat leert mijn boosheid mij nou?

En daar gaat dit artikel over. Elke emotie heeft een andere betekenis voor jezelf in het contact met de ander. We hebben vier basisemoties: Bang, boos, blij, bedroefd. En er is een vijfde, de lichamelijke gevoelens, die zo belangrijk zijn dat ik ze hier toevoeg.

En zoals zo vaak gaat het in de relatie met een ander allereerst om de relatie die je met jezelf hebt. Het leren luisteren naar signalen van je lichaam, naar je behoeften, naar je emoties, zorgt ervoor dat je veel zuiverder kunt blijven in het contact met een ander.

Elke emotie wijst naar een andere behoefte in het contact. Komen ze: 

 

Boosheid

Boosheid is het gevoel dat ons duidelijk maakt wanneer in het contact tussen jou en de ander een grens overschreden wordt. Deze emotie geeft ook de energie om op dat moment te handelen. Er is een groot verschil tussen boosheid en de escalatie hiervan. Boosheid is dus geen agressie of een woede-uitbarsting. Mijn uitval tegen mijn kinderen is dus geen zuivere boosheid. Als ik het zuiver zou willen hebben houden had ik veel eerder helder moeten zijn naar ze: ‘Jongens, we hebben alledrie behoefte aan even wat me-time. Er moet ook gekookt. Ik geef jullie even tijd voor jezelf, maar als ik straks vraag om wat hulp bij het tafel dekken wil ik wel graag jullie medewerking. Kan ik daarop rekenen?’

Als je niet goed hebt leren omgaan met boosheid (je werd gecorrigeerd als je boos werd, je kreeg alleen een reactie als je aardig deed, je zag dat het slecht afliep met mensen die boos waren), dan heb je een grote kans dat je je boosheid nu niet zo helder kunt inzetten. Het zou zomaar kunnen dat je dan pas de escalatie van je boosheid kunt uiten: een uitval van woede, razernij, uitbarsten. Je bent dan geneigd tot te lang meebewegen met de ander, aardig gevonden willen worden, misschien zelfs bang worden dat de ander boos op jou wordt als jij boos wordt.

In tegenstelling tot boosheid, dat je eigen grens aangeeft en beschermt, is een uitval van woede niet meer een bescherming van je eigen grens, maar een beschadiging van de grens van de ander. Weisfelt en Veenbaas zeggen: “Slecht omgaan met grenzen wil dus zeggen slecht omgaan met boosheid”.

Ik schreef dit blog over wat er aan de hand kan zijn als je het moeilijk vind om je grens aan te geven.

 

Als je niet goed boos kunt worden.

Wat er kan gebeuren als je niet goed hebt leren omgaan met je eigen gezonde boosheid is het volgende:

  • Je kunt je boosheid wegstoppen: Je schermt jezelf af voor je boosheid af. Omdat dit je veel energie kost raak je doodop. Daarnaast zorgt het niet erkennen van je boosheid dat je zwaardere/depressieve gevoelens krijgt.
  • wat ook kan gebeuren is dat je je boosheid opspaart. Dan is het alsof je zegeltjes plakt in een zegelboekje. Elke keer als je je boosheid hebt genegeerd is één geplakt zegeltje. Tot het boekje vol is en het hele boekje in één keer wordt geïncasseerd. Dat is dan een uitbarsting, geen zuivere boosheid. De boosheid is zo groot als het hele zegelboekje geworden, terwijl hij alleen ging over het laatste zegeltje, het laatste incident.
  • Je richt je boosheid niet op degene die je grens beschadigde, maar op jezelf, of op iemand op wie je het makkelijker vindt om boos te worden. Dat kan bijvoorbeeld een huisdier zijn of een collega in plaats van je partner.

Herken je hier iets van? Realiseer je je in ieder geval dat je uitbarsting niet ok was en de ander beschadigde. Realiseer je ook dat je veel en veel eerder je eigen gezonde boosheid hebt genegeerd of niet geuit. Ga die eerdere momenten herkennen en serieus nemen!

In het contact met anderen kun je ook de drie andere primaire gevoelens voelen; bang, blij of bedroefd. Deze hebben hun eigen betekenis:

Angst:

Angst in een pure gezonde vorm is het gevoel dat je energie levert om te handelen op het moment dat je bedreigd wordt door een gevaar. Vaak werkt het echter niet zo en werkt angst eerder blokkerend. In het contact met anderen zijn er twee vormen van angst;

  • Je kunt angst voelen bij het idee dat je in de steek gelaten wordt.
  • En je kunt angst voelen bij het idee dat je niet jezelf mag zijn met deze ander, dat je opgaat in de ander, dat er voor jou geen ruimte is.

Deze twee angsten zijn logisch verklaarbaar vanuit hoe we opgroeiden. We komen uit een intieme verbinding met onze moeder, worden geboren, maar zijn volslagen aangewezen op zorg van moeder. Tot het moment dat we de wereld willen gaan verkennen. Maar dan gaat alleen maar goed als we ons ook veilig voelen. Hier ontwikkel je een hechtingsstijl; veilig, angstig, vermijdend. Later zal deze zich vertalen naar de angst om je aan een partner te binden (bindingsangst), of juist de angst dat een partner niet bij je zal blijven (verlatingsangst). 

Verdriet:

Verdriet is het gevoel dat hoort bij de behoefte aan steun van anderen. Meestal wijst het naar je behoefte aan nabijheid, aan aandacht. Soms ook kan het juist fijn zijn even alleen gelaten te worden met je verdriet. In dat geval ben misschien wel eigenlijk niet alleen, maar voel je de verbinding met jezelf beter. Verdriet kun je ook voelen bij een afscheid, rouw die je voelt omdat de verbinding beëindigd is.

Sommige mensen hebben in hun geschiedenis geleerd verdriet in te zetten om ergens aandacht voor te krijgen, anderen hebben geleerd dat verdriet niet mag of zwak en onjuist is. Dan is het lastig om verdriet te voelen en is het makkelijker een ander gevoel te voelen. Dan voel je dat andere gevoel in plaats van het verdriet. Dat maakt het onduidelijk in het contact met de ander waar het nou echt over gaat. 

Blijheid:

Blijheid in een pure vorm zorgt dat je je levenslust voelt. In het contact kun je dan van en met elkaar genieten. Je ontmoet je levenslust in het contact met de ander. Vaak kun je dan ook nog eens extra blij worden als de ander blij is.

Een vervorming hiervan vind je als je je blij voelt als het slecht gaat met de ander (Ha! Wij hebben gewonnen, jullie lekker niet!). Of het kan dat je je blijheid niet mag laten zien. Mocht jij blij zijn als je broertje of zusje ziek was? Of zou je je dan schuldig voelen?

 

Lichamelijke gevoelens:

En last, but not least: Je lichamelijke gevoelens. Je kunt aan het contact met je lichamelijke gevoelens afleiden of je honger of dorst hebt, of je het warm of koud hebt. Of je behoefte hebt aan nabijheid van iemand anders of juist aan afstand.

Contact met het gevoel dat zich in je lijf afspeelt is ook nodig om grenzen waar te nemen. Heel veel mensen hebben daar iets in te leren.

 

Een oefening over grenzen

Een hele mooie oefening om je gewaar te worden van de grens tussen jou en een ander is de volgende:

Je bevind je met een ander in een ruimte. Wees je hiervan bewust. Voel wat de afstand die nu tussen jullie is voor jou klopt? Hoe voel je dat? Kijk wat je ademhaling doet; is die rustig, hoog, laag, gejaagd? En wat is de neiging van je lichaam? Helt het misschien wat meer voorover, of juist naar achteren. Waar willen je ogen naartoe kijken? Willen ze kijken? Of heb je de neiging om ze regelmatig even te sluiten? Allemaal fysieke signalen die iets zeggen over dit contact tussen jou en die ander. Aan jou om ze te leren kennen, te begrijpen, te interpreteren. Én om te kiezen ernaar te luisteren, zo respecteer je je eigen grenzen. En als je jezelf laat weten dat je jezelf serieus neemt, wordt het makkelijker om dat ook naar een ander toe te doen.

Een volgende stap kan zijn om eens te kijken wat er verandert als je wat meer naar de ander toegaat of juist wat meer afstand neemt. Wat doet dit met al die fysieke signalen. Komt er meer rust? Meer gejaagdheid? Wat merk je aan je hartslag? Etc. Deze oefening geeft heel helder inzicht in hoe je fysieke signalen en je intuïtie kunt inzetten om je grens te voelen.

 

Lichaamsbewustzijn en gevoelens

Maar al te vaak kom ik tegen dat mensen het gewaarzijn van hun lichamelijke gevoelens nog niet zo makkelijk vinden. Laat staan het herkennen van waar die lichamelijke gevoelens nu naar wijzen. Ook ik heb geleerd om deze signalen te ontkennen. De redenen daarvoor zijn hierboven al genoemd. De kwetsbaarheid in het contact met je ouders en opvoeders heeft je geleid tot allerlei aanpassingen. Ergens diep van binnen is het ‘weten wat klopt’ echter gewoon nog aanwezig, dus dit valt opnieuw aan te leren. Bijvoorbeeld in die oefening die ik net beschrijf.

Als je dan weer een soort nulpunt hebt leren kennen en weet wat ‘normaal’ is voor jou, kun je van daaruit ook weer leren waar de grens in het contact ligt. En vervolgens kiezen wanneer en hoe je die grens aangeeft.

Als je hier nu mee verder wil is de eerste stap om te gaan leren herkennen wat je tot nu toe hebt genegeerd/ontkend. De volgende stap is uitzoeken wat hieraan ten grondslag ligt. Wat is de kwetsbaarheid die je wilt ontwijken. De stap daarna is om te bedenken hoe je het anders wil en dit rustig aan te gaan oefenen. Omdat het over kwetsbaarheid gaat is het raadzaam dit te oefenen op plekken waar je niet onmiddellijk in je oude overtuiging/gedrag valt als het een keertje niet lukt. Zelfcompassie is het uitgangspunt: “Ik ben een mens met bagage, ik mag het anders doen, als het een keertje niet lukt is er niks aan de hand”, of zoiets.

 

Laat je me weten wat je eraan had?

Voor dit blog heb ik naast andere literatuur dankbaar gebruik gemaakt van ‘Hoe raak ik je aan?’ van Piet Weisfelt en Wibe Veenbaas en van Passepartout, van Wibe Veenbaas, Morten Hjort, Mirjam Broekhuizen en Mirjan Dirkx

e-book cover

5 tools om te groeien naar gezonde autonomie!

 

Ik geef je vijf zeer effectieve tools in mijn gratis e-book.

Meer zelfvertrouwen, 

Grotere eigenwaarde,

Meer plezier,

Beter contact!

Je hebt je met succes ingeschreven!